Wet Werk en Zekerheid

Eind 2013 is er een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de rechtspositie van flexwerkers, hervorming van het ontslagrecht en wijziging van verschillende werknemersverzekeringen. 
Het wetsvoorstel bestaat uit verschillende onderdelen:
  • Versterking rechtspositie van flexwerkers;
  • Aanpassing WW;
  • Nieuw regime van het ontslagrecht;
  • Afbouwing Wet Inkomensvoorziening ouder en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW).
Versterking rechtspositie van flexwerkers
Om te voorkomen dat werknemers te lang met opeenvolgende tijdelijke contracten voor dezelfde werkgever werken, kan de werknemer straks eerder aanspraak maken op een vast contract. Het voorstel is om het ketensysteem aan te passen, waardoor een werknemer recht heeft op een vast contract na twee jaar, of na 3 opeenvolgende contracten als deze de maximale duur niet hebben overschreden.
Als er tussen twee tijdelijke contracten in een periode van minimaal 6 maanden is verstreken, begint de ketenvorming opnieuw. 
 
Op dit moment heeft een werknemer recht op een vast contract na 3 jaar, of na 3 opeenvolgende tijdelijke contracten als de maximale duur niet is overschreden. De ketenvorming begint momenteel opnieuw bij een tussenpoos van minimaal 3 maanden.   
 
Ingangsdatum van het nieuwe ketensysteem moet 1 juli 2014 worden.
 
Aanpassing WW
Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil samen met sociale partners werknemers die hun baan verliezen zo snel mogelijk begeleiden van werk naar werk en zo kort mogelijk werkloos laten zijn. Met ingang van 1 juli 2015 wordt van mensen die langer dan een half jaar in de WW zitten verwacht dat ze al het beschikbare werk als passende arbeid aanvaarden. De maximale duur van de WW wordt van 1 januari 2016 tot 2019 in fases teruggebracht van 38 naar 24 maanden. In de CAO kunnen afspraken worden gemaakt om de WW-uitkering na 24 maanden aan te vullen tot maximaal 38 maanden. 
 
Nieuw regime van het ontslagrecht
Als een werkgever een werknemer wil ontslaan, heeft hij nu, ongeacht de ontslaggrond, de keuze uit twee routes:
  1. Een ontbindingsprocedure opstarten bij de kantonrechter.
  2. Een ontslagvergoeding aanvragen bij het UWV. 
Per 1 juli 2015 vindt hier een wijziging in plaats. Ontslagen na langdurige arbeidsongeschiktheid of die verband houden met bedrijfseconomische omstandigheden zullen worden getoetst door het UWV. 
Alle andere situaties worden beoordeeld door de kantonrechter. Denkt u hierbij aan disfunctioneren, verstoorde arbeidsrelatie, et cetera. 
 
Er komt tevens een nieuw soort vergoeding bij ontslag, namelijk de transitievergoeding. Alle werknemers krijgen na een arbeidsovereenkomst van ten minste twee jaar recht op deze vergoeding die gebruikt moet worden voor scholing en om over te stappen naar een andere baan of ander beroep.
De hoogte van de transitievergoeding wordt afhankelijk van de duur van een dienstverband:
⅓ maandsalaris per dienstjaar en ½ maandsalaris per dienstjaar dat men langer dan tien jaar in dienst is geweest. De maximale vergoeding bedraagt € 75.000. Dit is ook het maximum jaarsalaris waarmee gerekend wordt.  
 
Afbouwing Wet Inkomensvoorziening ouder en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW)
De IOAW wordt met ingang van 2015 geleidelijk afgebouwd: alleen werknemers die geboren zijn voor
1 januari 1965 kunnen nog gebruik maken van deze regeling.  

Bron: rijksoverheid.nl