Belangrijkste maatregelen sociaal akkoord 11 april 2013

Hieronder vindt u de belangrijkste maatregelen die in het sociaal akkoord op donderdag 11 april 2013  zijn afgesproken:

  • De hervorming van het ontslagrecht gaat in per 1 januari 2016. Eerder was afgesproken dat deze maatregelen al op 1 juli 2014 ingevoerd zouden worden. De preventieve toets voor ontslag blijft gehandhaafd. Ook blijven twee routes voor ontslag bestaan, waarbij de reden van het ontslag straks de route bepaalt. Werkgevers kunnen terecht bij UWV voor ontslag wegens bedrijfseconomische redenen en langdurige ziekte. Bij ontslag vanwege verstoorde arbeidsverhoudingen kan de kantonrechter worden ingeschakeld.
  • Is een werknemer langer dan twee jaar in dienst, dan heeft hij bij ontslag recht op een transitievergoeding van maximaal € 75.000 of een jaarsalaris als dit hoger is. De hoogte van de transitievergoeding bedraagt voor de eerste tien gewerkte jaren een derde van het maandsalaris per gewerkt jaar. Na tien gewerkte jaren is dit een half maandsalaris per gewerkt jaar. Voor 50-plussers geldt tot 2020 een overgangsregeling.
  • De maximale duur van de WW-uitkering blijft drie jaar. De overheid blijft de eerste twee jaar van de WW-uitkering financieren. Over de financiering van het derde jaar kunnen de sociale partners afspraken maken in de cao. Deze wijzigingen gaan in per 1 januari 2016.
  • Het quotum voor het in dienst nemen van arbeidsgehandicapten gaat voorlopig niet door. Hierover heeft u al kunnen lezen in het bericht ‘Sociaal akkoord wijzigt Participatiewet’. Werkgevers moeten er zelf voor zorgen dat zij 100.000 arbeidsgehandicapten aan het werk helpen. Als dit minimum niet wordt gehaald, kan het zijn dat het quotum alsnog wordt ingevoerd.
  • De positie van flexwerkers moet beter worden beschermd. Werknemers kunnen straks maximaal drie tijdelijke contracten krijgen in maximaal twee jaar. In tijdelijke contracten van zes maanden of korter kunnen werkgevers geen proeftijd meer afspreken. Daarnaast komen de nulurencontracten in de zorg te vervallen.
  • Het maximale opbouwpercentage voor het pensioen wordt met 0,4% verlaagd. Werknemers met een inkomen hoger dan € 100.000 kunnen per 1 januari 2015 niet langer fiscaal vriendelijk voor hun pensioen sparen. De inkomenstoets voor de overbruggingsregeling AOW wordt verruimd van maximaal 150% naar 200% van het minimumloon.