Afstand doen van pensioenaanspraken

In een uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland van 9 januari 2013 wordt voor de werkgever nogmaals duidelijk dat het afstand doen van pensioen door de werknemer een kostbare zaak kan zijn.
 
Case
Een werknemer wil afstand doen van de door zijn werkgever aangeboden pensioenregeling. Om de werkgever en de werknemer te beschermen is er een afstandsverklaring opgesteld. In de afstandsprocedure wordt ook een handtekening van de partner gevraagd door de werkgever, de partner heeft immers ook rechten uit de pensioenregeling. De werknemer overlijdt en de weduwe zegt dat zij de afstandsverklaring nooit heeft ondertekend.
 
Uitspraak rechtbank
De rechter vindt dat de werkgever de handtekening van de partner had moeten controleren. De werkgever wordt veroordeeld om alsnog een partner- en wezenpensioen uit te keren.
 
Risico werkgever
Het risico van de afstandsverklaring ligt voornamelijk bij de werkgever. Er moet uiteindelijk toch pensioen worden uitgekeerd, maar de verzekeraar hoeft niet te betalen. De rekening ligt bij de werkgever.
 
Risico werknemer
De risico’s van de werknemer zijn toe te splitsen op drie onderdelen:
• Langleven, een pensioenregeling is uniek in de zin dat die voorziet in een levenslange uitkering;
• Overlijden, de pensioenregeling voorziet al vanaf dag één in een levenslange nabestaandenvoorziening;
• Arbeidsongeschiktheid, er geldt vaak een premievrijstelling voor pensioenopbouw.
Dit soort zaken zijn vaak niet te regelen in alternatieven, zoals banksparen.
 
Pensioenwet
De Pensioenwet maakt de werkgever grotendeels verantwoordelijk voor het ‘pensioenwelzijn’ van zijn werknemers. De werkgever moet de werknemer informeren over de financiële gevolgen van het doen van afstand. Bij overlijden of arbeidsongeschiktheid kan er sprake zijn van grote inkomensgevolgen. Jurisprudentie wijst uit dat zelfs een door de werknemer getekende afstandsverklaring niet vanzelfsprekend geldt als een ‘vrijwaringsbewijs’.